Mediameiske’s Weblog

Archive for the ‘Dagboek’ Category

“Radiostilte?” vroeg Babbel zich af in de comments van m’n vorig bericht. Inderdaad, een beschamend lange stilte.  M’n laatste bericht dateert van half augustus, vlak voor beroepshalve de septemberdrukte losbarstte. Een jaarlijkse traditie. Oktober was zo mogelijk nog drukker en toen volgden drie weken vakantie. Het was ook een tijd van banken aflopen en proberen een juiste keuze te maken. Een tijd van de eerste dozen inpakken en me voorbereiden op de “big move” die in zicht komt. M’n virtuele leven beperkte zich tot het bedwingen van een overvolle mailbox, wat Facebooken en blogs lezen. Aan zelf bloggen kwam ik niet meer toe. Het kwam zelfs niet eens bij me op. Ik werkte noodgedwongen 6,5 op 7. Plofte ’s avonds of rond middernacht op de bank. ’s Ochtends zat ik voor dag en dauw alweer in m’n wagen of aan m’n pc, mezelf afvragend hoe ik erin geslaagd was om me weer in deze situatie te wringen. Aan de rem trekken was geen optie, ik moest erdoor. Toen aan het einde van die helse rit eindelijk vakantie wachtte, besefte ik hoezeer m’n lichaam en geest nood hadden aan die rust. Eindelijk tijd ook om eens stil te staan bij de manier waarop ik m’n leven leid en hoe ik m’n werk aanpak en organiseer. Het klinkt misschien melig, maar die tijd van reflectie heeft me goed gedaan. En het deed me beseffen hoe nuttig deze blog voor me kan zijn. Het is een ideale kans om op een andere manier om te springen met m’n creativiteit. En dat kan alleen maar een goede invloed hebben op m’n werk. De blogpauze is dus geen blogstop geworden…

Tags:

Door te scheiden is m’n familie-, vrienden- en kennissenkring meer dan gehalveerd. Dat had niets te maken met rancune of “kiezen voor…”, noch van hun kant, noch van de mijne. Het is gewoon zo en ik leg me er bij neer.

Het is één van de redenen dat je m’n sociaal leven niet bepaald flamboyant kan noemen. De andere reden is m’n werkritme. Ik werk gewoon te veel, kan moeilijk nee zeggen en maak me zorgen over de hogere lening die ik straks alleen zal moeten afbetalen.

Maar ik heb ook ondervonden dat het concept “workaholic” niet werkt. Doordat je enkel met je werk bezig bent, vernauwt je perceptie. Terwijl een creatief beroep net een frisse blik vereist. En: het is nefast voor je sociaal leven. Vandaar dat ik sinds kort toch mezelf verplicht om nu en dan wél eens nee te zeggen. Omdat stilaan het schrikbeeld voor me opdoemt van een zielig, oud besje dat het qua gezelschap moet doen met zeven verwilderde katten en een OCMW-bediende die dagelijks snel een maaltijd komt droppen.

Maar je sociaal leven opkrikken doe je niet zomaar. De boel forceren werkt niet, toch niet bij mij. En soms zijn onverwachte gebeurtenissen de leukste. Zo kwam ik gisteren rond 23 uur thuis van een bezoekje aan m’n ouders. Ik had me voorbereid op nog wat “zetel hangen”, toen ik merkte dat ik een oproep en een sms gemist had: Twee collega’s die in een bistro-lounge-danscafé in m’n buurt beland waren en vroegen of ik zin had om nog eens langs te komen. En zo stond ik nog geen uur later te dansen en maakte ik bij mezelf de bedenking dat het single leven soms, heel soms, een heel klein beetje op Sex and the City lijkt…

Toegegeven, ik moet nog wennen aan bepaalde aspecten van het single-bestaan. Zoals daar zijn: hoe kets je een versierpoging af? Eentje die je absoluut niet had zien aankomen, waarin je niet geïnteresseerd bent en die nota bene komt van iemand die (als ik de kwatongen mag geloven, enkel nog voor de business, maar soit) getrouwd is? Er zijn zo van die dagen dat je achteraf denkt: had ik maar dit of dat gezegd. Maar nu, ruim 24 uur na de feiten, weet ik nog steeds niet wat ik beter had gezegd. Of is m’n halfslachtige poging om op een casual toontje langs de uitnodiging heen te fietsen toch geslaagd? Is de boodschap aangekomen? Geen idee en dat knaagt aan me. Ondertussen ben ik me al 24 uur het hoofd aan het breken over de verkeerde signalen die ik onbewust in het verleden misschien uitgestuurd heb en hoe ik ze in het vervolg kan vermijden. Hopelijk leveren m’n emotionele voelsprieten in de omgekeerde richting beter werk…   

Gisteren weerklonk dit plots op de radio. Ik heb ‘m uitgezet. Te pijnlijk herkenbaar. Want weet je: ik ga dit jaar scheiden. Zo, het is eruit. Het voelt nog altijd vies aan om de woorden uit te spreken en ze neergeschreven zien bezorgt me een vreemde kronkel in de maag. Buitenstaanders vinden dat het te lang duurt, dat scheidingsproces. De beslissing viel vorige zomer, op 17 juli. We zullen pas dit jaar in september officieel gescheiden zijn en pas dan trek ik uit dit, voorlopig nog, echtelijke huis. Niet dat er zoveel discussie is over wie het bankstel of de koelkast meeneemt. Er is zelfs helemaal geen discussie. We hebben het gewoon te lang laten aanslepen, te lang de harde beslissingen uitgesteld, het bezoek aan de notaris voor ons uitgeschoven… Want eigenlijk zijn we best goede vrienden, meer zelfs, ik weet dat ik met deze scheiding m’n beste vriend opgeef. Toch weten we dat we niet gemaakt zijn om getrouwd te blijven. En dus moet je loslaten, op een positieve manier afsluiten… Ik ben niet goed in “de bladzijde omslaan” en erover schrijver gaat me nog veel minder goed af. En toen las ik dit:

En hoewel weer eens werd bewezen dat niets voor de eeuwigheid is, leerde ik ook dat scheiden van een mooi mens niet synoniem is aan een mislukt huwelijk. De man was gelukt, het huwelijk ook. Nu is het voorbij.

Zo goed en bondig had ik het zelf niet kunnen omschrijven… Vandaar maar even de mosterd gehaald bij Zezunja.

3.15 uur gisterenochtend. Ik schiet wakker in de zetel. Het zullen meteen de laatste uren zijn die ik die dag geslapen heb, maar dat besef ik nog niet. Ik strompel naar m’n bed en probeer de slaap te vatten. Er gebeurt niks. Een uur later lig ik nog steeds klaarwakker én onrustig te woelen. Dan maar weer naar beneden, achter m’n computer: al wat werk verzetten dat vandaag sowieso moet gebeuren. Ook m’n boekhouding krijgt een update. Het zorgt voor een bevredigende rust in m’n hoofd. Maar ondertussen is het 7 uur en schreeuwt de dagtaak om aandacht, want om 8 uur moet ik 25 kilometer verderop staan. Ik strompel weer, dit keer in de richting van de badkamer en vervolgens gaat het, schuifel, schuifel, naar m’n auto. En zo rijd ik in het gezelschap van een knoert van een ochtendhumeur naar m’n werk. De nationale radio’s bieden geen soelaas. Ik ben sowieso al moeilijk te pruimen voor ochtendshows vol gekwetter en zeker vandaag niet. Dan maar afgestemd op FM Gold, een regionale zender gespecialiseerd in oldies. En daar durven al eens, om het maar met een cliché-term uit te drukken, redelijk foute platen tussenzitten. Zoals vandaag. Opeens schalde “Als het gras twee kontjes hoog is. Helahi. Helahop” uit m’n boxen. En toen moest ik lachen… Erger zelf, ik ben ook nog beginnen meezingen ook! Het zal ongetwijfeld geen zicht geweest zijn en wellicht ook heel slecht voor m’n “cool”-factor. Maar m’n ochtendhumeur, dat ben ik wel kwijt!

En toen werd ik ziek… Het begon met een licht koortsig gevoel en daarna ging de afdeling neus-keel-oren voor onbepaalde tijd dicht. “Misschien was ik toch beter thuis gebleven “, dacht ik toen ik een dame aan het interviewen was en daarbij heel hard m’n best moest doen om de quote niet te verknallen met m’n gehoest, geproest en gekuch. “Straks wordt ze ook ziek en heeft ze thuis kleine kindertjes die ze op haar beurt ook besmet en die worden dan heel erg ziek en… ” In m’n gedachten speelde zich een akelig rampscenario af waarbij ik iedereen in m’n omgeving zou opzadelen met m’n vieze bacteriën en dat allemaal omdat ik zo nodig wilde werken. Voor mij is thuis blijven helaas enkel een optie als ik geteisterd wordt door 39 graden koorts of door waanbeelden waarin roze hondjes met witte vleugeltjes de hoofdrol spelen. Ja, ik weet het, ik verdien een medaille… Dat van die roze hondjes klopt trouwens nog bijna ook. Dat kwam door een paar slapeloze nachten, dankzij het constante hoesten en een verkeerde reactie op hoestsiroop. Nou ja, misschien moet ik in het vervolg toch maar een eetlepel gebruiken, in plaats van als de eerste de beste dronkelap de fles aan m’n mond te zetten… Ik kon dus niet slapen. En wakker blijven lukte ook nauwelijks, met een concentratieboog waar zelfs Homer Simpson een bolleboos bij zou lijken. Alle trucjes heb ik uitgeprobeerd: warme melk met honing, een warm bad,.. Niets kon me in slaap brengen. Zelfs geen belspelletjes. Gelukkig valt er ’s nachts ook nog te lachen met de tv, met dank aan Vitaya. Ik lachte met Martha die altijd net iets te luid lacht met haar eigen grapjes. En ik lachte met haar outfits, of eigenlijk meer hobbezakken, een lifestylequeen onwaardig. “Dringend ontslaan die stylist, Martha”, riep ik met schorre stem naar het scherm. En, tussen het hoesten door, bleef ik maar lachen, nu met een Brits koppel dat in Biarritz skichalets wil verhuren en al kamers op het internet zet terwijl hun lening voor het gebouw nog niet eens rond is. En dan, o hilariteit, ook nog een mailtje krijgt van geïnteresseerde toeristen. Ik geef het toe: slapeloosheid maakt me sarcastisch. Gelukkig zijn de ziektekiemen ondertussen gevlucht en ben ik weer m’n eigen lieve zelf. En heb ik misschien eindelijk weer eens tijd om te bloggen. Want ziek zien en toch blijven werken, da’s tijdrovend hoor…

diary.jpg

– Tot de vaststelling gekomen dat alle Aldi’s overal hetzelfde ruiken. En nee en ik ben niet te beroerd om toe te geven dat ik wel eens in de Aldi te vinden ben. Zeker als ze voor 4,99 euro vier Aziatische kommetjes mét lepel verkopen. Mocht je ze nog willen kopen in de Aldi in Rumbeke. Don’t bother, ik heb de laatste twee dozen mee. In de doos die er nu nog ligt, is één van de kommetjes gebroken.

– Tot de vaststelling gekomen dat ik nog steeds zenuwachtig word van een carwash. Ook al ga ik er zowat iedere week, toch lees ik bij ieder bezoek zeker vijf keer de gebruikstips: Moest de motor nu aan of niet? En de handrem moest los zeker? Nog iedere keer vrees ik dat m’n auto het spoor bijster raakt en één van de palen zal rammen of de auto voor mij. Telkens raak ik in paniek als ik een rood licht zie branden, terwijl dat de stoplichten zijn van de auto’s die naast de carwash wegrijden van het tankstation. Nog iedere keer duik ik weg voor het droogsysteem. En blijkbaar is die vrees voor een carwash zo idioot nog niet. Maar gelukkig is m’n angst voor een carwash niets in vergelijking met m’n tegenzin om de auto zelf te wassen.

Tags: